Klachtenprocedure

In artikel 204 van de wet is geregeld, dat de verhuurder verplichtingen heeft met betrekking tot gebreken alsmede een omschrijving van een gebrek.

In artikel 205 worden de rechten van de huurder verwoord.

  1. Artikel 206 is het meest duidelijk.
    De verhuurder is verplicht op verlangen van de huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist, die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verhuurder zijn te vergen.
  2. Deze verplichting geldt niet ten aanzien van kleine herstellingen tot het verrichten de huurder krachtens artikel 217 verplicht is, en ten aanzien van gebreken voor het ontstaan waarvan de huurder jegens de verhuurder aansprakelijk is.
  3. Is de verhuurder met het verhelpen in verzuim. dan kan de huurder dit verhelpen zelf verrichten en de daarvoor gemaakte kosten, voor zover deze redelijk waren, op de verhuurder verhalen, desgewenst door deze in mindering op de huurprijs te brengen. Hiervan kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.

In artikel 207 is aangegeven, dat de huurder in geval van vermindering van huurgenot ten gevolge van een gebrek een daaraan evenredige vermindering van de huurprijs kan vorderen vanaf de dag waarop hij het gebrek behoorlijk heeft kennis gegeven aan de verhuurder.
Deze vermindering moet worden gevorderd, zodat de gerechtvaardigheid door de rechter kan worden beoordeeld.

In artikel 208 is geregeld, dat de verhuurder verplicht is tot vergoeding van schade, veroorzaakt door het gebrek.

In artikel 209 wordt nogmaals aangegeven, dat van de voornoemde artikelen niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken als het gaat om gebreken, die de verhuurder bij het aangaan van de huurovereenkomst kende of had behoren te kennen.

Tenslotte maakt artikel 210 duidelijk, dat het mogelijk is, dat bij een ingevolge artikel 206 een gebrek door de verhuurder niet gedwongen te verhelpen is, er een ontbinding van het huurcontract mogelijk is wanneer het genot dat de huurder mocht verwachten, geheel onmogelijk maakt. In dat geval wordt de schade door het beƫindigen van de huur ook in een verplichting tot betaling opgenomen.

Hoe te handelen.
Teneinde lange discussies en misverstanden (en dus ergernis) te voorkomen, zou een probleem van enige importantie schriftelijk aan de verhuurder kenbaar gemaakt moeten worden met het verzoek om binnen een periode van 14 dagen een plan van aanpak te presenteren.
Mocht binnen die periode geen reactie van de verhuurder komen, dan kan een extern bedrijf ingeschakeld worden om een vrijblijvende offerte voor het verhelpen van het probleem uit te brengen.
Wanneer deze binnen is dient een sommatie richting verhuurder gestuurd te worden, waarin men in de gelegenheid wordt gesteld om het probleem binnen 14 dagen te verhelpen met dien verstande, dat wanneer verhuurder geen reactie geeft of niet daadwerkelijk met het verhelpen bezig gaat, huurder een opdracht richting extern bedrijf geeft om het gebrek te verhelpen en de kosten daarvan in mindering op de huur te brengen. Hiervoor zou een soort standaard brief gemaakt kunnen worden.
In de eerste brief kan tevens aangegeven worden, dat in overweging wordt genomen om de door het gebrek veroorzaakte vermindering van woongenot als vordering in te dienen. Dit moet wel enige omvang hebben om een indruk bij de verhuurder te maken.